Incomsten ende emolumenten

procederende van de heerlijcheydt van Urck ende Emloort voor desen genaampt Emmelwaarden

Bedragen in cijfers tussen (), origineel voor de kantlijn - Aaldert Pol

Enden eersten de heerlijcheyt van Urck brengt ten profijte van de heer jaerlijcx op ter cause van schout dat genaampt wordt het Graven schot tachtig gulden. (f 80)
Ende Emloordt ter cause voorsz. de somma van dertich gulden vier stuyvers ( f 30- 4)
De inwoonderen van Urck ende Emloordt zijn schuldich aen de heer van idre tonne bier eene stuyver monterende over beyde de voorsz. plaetsen omtrent veertich gulden het eene jaer min het andre meer: plach de graen bieren zijn van desen stuyver op de tonne gepempt ( f 40)
Noch heeft de heer de incomsten van seecre heerelanden bij desen jegens tegenwoordgen heer aen gekoft gelegen op Urck die voor desen verhuurt sijn geweest om sesen dertich gulden doch nu laest voor achtien gulden. ( f l8)
Noch profiteert de heer van de ingesetenen van Urck voor een recognitie van een stoc bockingh de somma van vijf gulden. (f 5)
Noch coomen aen de heer de civile en criminelen boeten ende brenchen nevens de confiscatien van goederen ofte predentie van dien met corden (transport samen f 173 - 4)
vijfftig goudguldens in 't regard van dootslaan van welcke brenchen somwijlen veertig gulden somwijlen ¼ minder jaerlycx is ingecomen.(f 40 of ¼ minder = f 30)
Noch heeft de heer de strandt ende driftgoederen die aen t landt 't sij door storm of anders comen te drijven daer van somwijlen ses hond(erd) somwijlen oock sestich veertich en twintich gulden op een jaer sijn gecomen.(f20of -¼ minder =f 15
Noch trect de heer over 't vercoopen van steenen liggende langs de strant ‘s jaers dertich veertich mindre ofte meerdre gulden nae datter veel van werden vercocht en waarvan het gros eenige duysende waerdich (sijn).(f32 of ¼ minder = f 24)
Noch treckt de heer van ere daer sijne behuysinge op gestaen heeft jaerlijcx de somma van twee gulden thien stuyvers (f 2-10 )

(transport samen) f 244.14

Noch ontfangt de heer van die van Amsterdam die de directie hebben van het vierboet staende op Urck voor een recognitie jaerlijcx vijff en twintigh gulden.( f 25- f6= f 19)
Noch moet de schout van Emeloort voor sijn schoutampt jaerlijcx volgens accoordt met desen tegenwoordigen heer gemaeckt tot pacht betaelen negen gulden.(f 9)
Den Eedele tegenwoordigen heer competeert volgens seeckere keure bij sijne Eedele met de oude ende nieuwe gerechten van Emeloort op den 8 d July 1642? nieuwe stijl gemaeckt van een vuystslach drie gulden, van een mes te trecken twaalf gulden, van smijten oft slaen met kannen, stoelen, bancken hout ofte anders tien gulden van quetsen met een mes, hamer, hout, stoelen ofte iets anders acht en twintich gulden, van injurien offte scheltwoorden ses gulden alls 't welcke de waerden.( f 7-10;f 2-10, f5)

Transport f 277-14,thijns f 10, f 267-14

ende waerdinnen binnen squyven gehouden sijn aen te brengen op pene van gelijcke boeten, welcke breucken plaets hebben hetsij dat die geschieden op dijcken weegen, velden straten in de huysen ofte oock int scheepen ofte schuyten en binnen acht dagen moeten betaelt worden op pene van dubblede boeten van welcke delicten de heer van verscheyden boeten heeft genooten.
Die van Urck hebben mede naerder revisie ende verhooginge gemaect die de heer vooralsnoch onbekent sijn
Doch trecken de voorsz. Schout het vierde part van de voorsz. boeten, strant- en driftgoederen alsmede vercofte stenen en wat aengaet ende vijff en twintigh gulden van t vuurboet daervan wort den schout voor sijne toesicht bij discretie van den heer betaelt.
De heerlicheyt van Urck moet jaerlijcx voor een chijns aen de abdisse van hoogh Elteren geven thien gulden verschijnende Martini auout
De vercoop van de voorsz. heerlycheden met alle hare dependentie ende toebehoren sinds geschieden sonder tot leverantie van eenige practise incomsten gehouden te sijn.
Welcke twee heerlycheden van Urck ende Emeloort te leen gehouden werdt met hooge ende lage jurisdictie van de graeffelijcheit van Hollandt volgens de brieve van overlijdinge daervan sijnde
De heer van de voorsz.heerlijcheden ende mach oock delinquanten geapprehendeert onder de jurisdictie van Urck ofte in kort in hechtenisse en gevangen te brengen en daer weder in te haelen op sodanigen plaetsen resorterende onder de hove van Hollant als het hen gelieven sal.
Benige seerovers gevangen sijnde ende op Urck gebracht wesen ende al haere goederen aldaer geconfisqueert volgens seeckere brieven van die van Amsterdam eertijds aan de heer van Urck geschreven.

Enkele begrippen/woorden ter toelichting .Zie WNT Het begrip heerlijkheid

Toen in de loop van de 9e en 10e eeuw het centraal gezag van koningen en vorsten in West -Europa wegviel, kwam het overheidsgezag in handen van grootgrondbezitters en bestuursambtenaren. De heerlijkheid was een onderdeel van hun vermogen, overdraagbaar en overerfbaar, juridisch gesproken een zakelijk recht op overheidsgezag. Als de heer de hoge jurisdictie bezat, d.w.z. de doodstraf mocht opleggen en in zware strafzaken recht mocht spreken, dan werd zijn gebied een hoge heerlijkheid of halsheerlijkheid genoemd. Mocht hij in zijn gebied slechts rechtspreken in civiele en kleine strafzaken, dan spreekt men van ambachtsheerlijkheid.
Regenten kochten soms een (ambachts)heerlijkheid om hun aanzien te vergroten. Stadsregeringen - Amsterdam bijvoorbeeld - kochten heerlijkheden aan op naam der stad. De stad moest dan een hulder (denk aan huldigen) stellen, op wiens naam de heerlijkheid werd 'verlijt’. Acten, contracten en verbintenissen passeren ten overstaan van bevoegde autoriteiten (in onze tijd notarissen) - en werden voor de schepenen verlijt (verliden -voorbijgaan van de tijd, verstrijken, overlijden). De hulder werd dan ook wel aangeduid als de sterfheer of sterfman.
- Excijs, exchij(n)s, eng. excise (waaruit fr.excise).Verbasterde en aan lat. excidere aangepaste vorm van accijns. Excijsenaar, ontvanger der accijnsen. Bier-, brandewijn-, brandhout-,buiten-,dol-,graan-,huiden-,kolen-,koren-,laken, reep-, runder-en turfexcijs. .
- Fabriek -fabryck: Ontleend aan het lat. bnw. fabricus, van faber,werkman, timmerman.
- Bouwmeester,architect, leider van openbare werken.
- Waerd en waerdinne.Trefpunt van vele lieden. Bijvoorbeeld bij Coornhert (1570) 'De Schoute (quam) met veele Dienaren int huys, soo de waerdinne noch niet te bedden en was'.
- Pempen zal mogelijk plempen moeten zijn. Vele betekenissen w.o. Iets in een vloeistof storten. Ook: ‘het was een geplemp met wijn dat
men er akelig van werd’.
- Breuken: een overtreding begaan en dus strafschuldig worden, eene breuk beloopen of verbeuren.

www.schoklanddoordeeeuwenheen.nl