Inwijding H. Michaelkerk in 1843

Emmeloord, (Eiland Schokland) den 4 Julij 1842

Het kerkgebouw en de pastorij dezer gemeente, welke den geduchte storm van de 4 en 5 februari 1825 hadden doorgestaan, waren nogthans dermate verzwakt, dat zij met elk oogenblik dreigden in te storten. De gemeente welke wegens velerhande rampen in de laatste jaren verarmd was, en door ruime giften van hunne elders wonende natuurgenooten voor den onvermijdelijken hongersnood is bewaard gebleven, kon tot herstel van hare bouwvalligen kerk en pastorij niet het geringsten bijdragen.
Dan eene goedgunstige beschikking van Zijn Majesteit onzen geŽerbiedigde Koning maakte een einde aan het treurige vooruitzigt dat eerlang gene Catholijke kerk op dit eiland meer bestaan zou.

Topografische kaartuit 1839, met de plaats van de kerk, aangegeven met R.C.K.Naardien bepaald werd dat eene nieuwe kerk en pastorij geheel en al ten koste van het Rijk zouden worden daargestelt. Reeds het vorige jaar had men den bouw aangevangen. Nadat denzelven nu geheel voltooid was werd het kerkgebouw heden plegtig ingewijd door den HoogEerw. Heer H. van Kessel, Aartspriester van Salland enz. die de arme eilanders aan hunne doorgestane rampen herinnerde en hun onder het oog bragt hoe zij in hunnen nieuwe tempel zich onder de bescherming des Allerhoogsten moesten stellen.
Bij dezen gelegenheid hield de WelEerw. heer F.W.A. Jansen, Pastoor te Kuinre eene welingekleede en treffende leerrede over 2 Paral.7, 15,16, - waarbij Zijn WelEerwaarde, de verhevenheid eener Catholijkekerk schetste.
De buitengewone belangstelling welke de gemeente bij het vieren van deze plegtigheid aan den dag legde doet vertrouwen dat dezelve bij haar lang in aandenken zal blijven.

Bron: De Godsdienstvriend, Tijdschrift voor den Catholijken, jaargang 1843

Klaas de Vries (Amsterdam) stuurde zijn bovenstaande vondst naar de redactie. Hij tekende nog aan dat de Aartspriester van Salland voor Schokland de hoogste geestelijke was met een min of meer bisschoppelijke waardigheid. Alleen personen met een dergelijke waardigheid mochten volgens het kerkelijk recht een kerk inwijden.

In 1853 stelde het Vaticaan de bisschoppelijke hiŽrarchie in Nederland in. Voordien was Nederland zendingsgebied en ressorteerde rechtstreeks onder de Paus. Een aartspriester de was de hoogste geestelijke autoriteit in ons land.
De prediking tijdens de inwijding ging over enkele ĎParalellení, waarmee bedoeld zal zijn de gelijkenissen uit het evangelie.
Eind 1842 kon de kerk opgeleverd worden. Toen was er echter geen pastoor (uit de omgeving) die zich beschikbaar stelde om in de winter naar Schokland te reizen. Ook de aartspriester liet het afweten. Hij gaf wel toestemming om de kerk oningewijd te gebruiken tot het moment dat hij naar het eiland kon komen. Dat gebeurde pas in juli 1843.

www.schoklanddoordeeeuwenheen.nl